Het echtpaar Diepman woont samen met tien andere paren op leeftijd in een appartementengebouw. De woningen zijn levensbestendig gebouwd. Dat wil zeggen brede deuren, geen drempels en gelijkvloers. Ook wanneer bewoners slecht ter been worden en zorg nodig hebben, is het mogelijk om in de woning te blijven wonen. De bewoners zorgen goed voor elkaar. Als er iemand ziek is, is er altijd iemand die boodschappen kan doen. Ook schuiven de bewoners regelmatig bij elkaar aan de eettafel en is er belangstelling voor elkaars situatie.
Op leeftijd
Inmiddels is de meerderheid van de bewoners ouder dan 75 jaar. Op dit moment gaat het nog goed, maar hoe lang kunnen ze nog goed voor elkaar blijven zorgen? Als er bewoners zijn die meer zorg nodig hebben dan voor de kleine dingen, levert dat mogelijk een probleem op. Gezamenlijk zijn de bewoners op zoek gegaan naar mogelijkheden om hierop de anticiperen. Het streven: zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen. Voor mijnheer en mevrouw D. en hun buren is dat het prettigst en meest vertrouwd. En voor de samenleving een groot voordeel.
Extra voorzieningen
Mevrouw Diepman neemt contact op met de gemeente. De gemeente geeft twee telefoonnummers waar ze terecht kunnen voor extra voorzieningen; het nummer van het Zorgkantoor en het nummer van het Wmo-loket van de gemeente. Bij de gemeente is er een uitgebreid aanbod van ondersteuning: van maaltijdverzorging en boodschappendienst tot woningaanpassingen en hulpmiddelen. Het administratieve deel van aanvragen is nog het meeste werk. Gelukkig heeft mijnheer Diepman daar veel ervaring mee. Ook kan hij de andere bewoners helpen bij hun aanvragen als het nodig is.
Lang verblijf in instelling
Toch is in de toekomst kijken erg lastig. Wanneer er extra zorg of aanpassingen nodig zijn, is het niet één, twee, drie geregeld. Een ervaring van een medebewoner illustreert waarom vooruitkijken belangrijk is: ‘Ik werd vorig jaar opgenomen in het ziekenhuis. Na mijn opname kwam ik in een revalidatiecentrum om weer zelfstandig te kunnen lopen. Na twaalf weken was de revalidatie afgerond en mocht ik weer naar huis. Helaas duurde het verblijf in de instelling twee keer zo lang! De terugkeer naar huis werd belemmerd door aanpassingen die niet snel geregeld konden worden. Mijn huis was moeilijk aan te passen, de aanvraag bij de gemeente was ingewikkeld en duurde lang. Gelukkig woon ik inmiddels weer in mijn eigen huis en kan ik me weer redden.’
Samenwerking
Hopelijk lukt het het echtpaar Diepman om met hun buren tijdig zorg te regelen als het nodig is. Samenwerking tussen wooncorporaties, gemeenten, zorginstellingen en bewoners kan ons in zulke situaties veel voordeel bieden. Hoe zou het beter kunnen?












Er zijn nog geen reacties